Van Ghentkazerne, 10 mei 09.00 uur

Na een verkwikkend tochtje van 15 kilometer op de fiets, kom ik aan bij de poort van de Van Ghentkazerne. Een gesloten poort, het is immers exact 09.00 uur en ik hoor de zware stem van een marinier: ‘Stilte aan dek, front maken naar de vlag’. Het signaal vlaggenparade, gespeeld door een hoornblazer van de Tamboers en Pijpers galmt over het exercitieterrein. Ik zie de Nederlandse driekleur wapperend de weg vinden naar de top van de giek. ‘Doorgaan’, buldert de zware stem, gevolgd door 2 glazen op de scheepsbel.

Een vertrouwd ritueel op de ‘Van Ghent’, misschien wel de laatste kazerne in Nederland waar op deze wijze de vlaggenparade nog wordt uitgevoerd: de kazerneadjudant, jongens bij de vlag en een tamboer. En zo hoort het! Ik zie de kazerneadjudant nog even streng kijken naar de jongens bij de vlag, controlerend of zij de vlaggenlijn wel goed hebben aangeslagen en op zijn weg naar boven het bordes op, met een schuin oog controleren of de bel goed gepoetst is. Met vlijt en ijver, en met koperpoets uiteraard…

Esprit de Corps
Op mijn weg naar het buro van de kazerneadjudant, want voor hem ben ik op de kazerne, loop ik voorbij het Ereboek Korps Mariniers. Een glanzend gepoetste glazen kast, met daarin het met veel grandeur en respect uitgestalde ereboek. Het ereboek werd op 11 december 1950 aangeboden aan het Korps Mariniers en vermeldde in eerste instantie

“De namen van hen die vanaf Mei 1940 tot op 10 December 1950 het hoogste offer, hun leven voor het Vaderland gaven. Alsmede van allen die wegens betoonde moed met een Dapperheidsonderscheiding werden begiftigd.”

Vermoedelijk in 1963 werd het ereboek aangevuld met de gevallenen en de ontvangers van dapperheidsonderscheidingen in het conflict om Nederlands Nieuw-Guinea (1950-1962). Na 2002 zijn daar de namen aan toegevoegd, vanwege dapperheidsonderscheidingen die tijdens de diverse missies in Cambodja en Afghanistan zijn toegekend. Vroeger werd iedere dag met veel ceremonieel een bladzijde van het boek met een zilveren dolk omgeslagen. Ik ben bang dat deze traditie in vergetelheid is geraakt, zoals helaas vele tradities. Ik neem me voor om dit ter sprake te brengen…

Het Ereboek Korps Mariniers in de centrale hal van de Van Ghentkazerne

het Ereboek Korps Mariniers

Langs de verschillende deuren lopend, zie ik in gedachten de gezichten van de mannen die daar destijds werkten: Teun de schoenmaker, Gijs de kleermaker en Piet Pengel, de man van de kachels en stretchers. Wie heeft ze niet gekend, legendes in hun tijd.. Waar toen de wapenkamer gevestigd was, is nu een prachtige hypermoderne vergaderruimte gecreëerd. In het aquarium van de tandarts huist nu de Chef-staf van de kazerne, de Eerste Officier zoals hij destijds heette. Nostalgie en oude glorie, vermengd met de digitale werkelijkheid van tegenwoordig. Zo kun je de huidige situatie het best omschrijven. Een vreemde mengelmoes!

Gek, mij bekruipt altijd een gevoel van gepaste trots als ik het hoofdgebouw van de kazerne betreed! Hier heb ik als jonge marinier tamboer, Tijs in mariniersdialect, mijn eerste schuchtere schreden in de marinierswereld gezet en liep ik ruim 36 jaar later als vakbaas de kazernepoort weer uit. Dit onbeschrijfelijke gevoel kent iedere marinier, jong en oud. Dat is nou de ware Esprit de Corps, daar heb je geen kernwaarden aan de muur voor nodig…

De Kazerne Adjudant
Model meld ik mij bij de drempel van zijn kamer, zoals mij destijds door mijn baksmeester geleerd is: ‘kapitein der mariniers buiten dienst De Jong meld zich adjudant!’ De adjudant kan deze militaire poppenkast wel waarderen en gebiedt mij op de plaats rust te gaan staan en plaats te nemen in een van de lederen stoelen.

Voor mij zit, gekleed in een schoon gesteven camouflagepak en glanzend gepoetste zwarte kisten, de stafadjudant Johan Beljaars, verbindelaar van origine. Ik heb 10 vragen voor me liggen die ik de adjudant wil stellen, ik schakel de dictafoon in van mijn telefoon en ga er eens goed voor zitten!

Adjudant, kunt zich aan onze lezers voorstellen?
‘Mijn naam is Johan Beljaars, 52 jaar jong, ik ben de kazerneadjudant van de Van Ghentkazerne, getrouwd en vader van 3 volwassen zoons. Ik heb mijn hele leven in het kleine Brabantse dorpje Moerdijk gewoond en sinds een half jaar woon ik in Zevenbergen. Ik ben dus een echte Brabander!’ 

Iedere marinier heeft zo zijn eigen verhaal, hoe hij ertoe gekomen is dienst te nemen bij het Korps Mariniers. Wat is uw versie?
‘In zat in begin jaren ’80 op de Middelbare Tuinbouwschool en dacht op een gegeven moment: “dit is niet mijn ding.” In de Veronica gids stond destijds een advertentie voor de marine en heb stiekem, zonder dat mijn ouders ervan wisten, de coupon ingevuld en opgestuurd. Ik wist dit tot een week vóór de keuring voor mijn ouders verborgen te houden, maar heb hen toen uiteindelijk toch verteld dat ik voor de keuring naar Hollandsche Rading ging. Ik kan je vertellen, er stond een aardig zeetje in huize Beljaars! Zoals iedere ouder, wilde mijn ouders ook dat ik mijn school afmaakte. Ik ben echter toch gegaan en tot mijn vreugde goedgekeurd. Echter, er bleek geen plaats meer te zijn bij het Korps, behalve bij de Tamboers en Pijpers en de Verbindingsdienst. Ondanks mijn muzikale achtergrond, ik bespeelde een diverse slagwerkinstrumenten bij de plaatselijke harmonie, heb ik toch de keuze gemaakt voor de Verbindingsdienst. Ik heb met goed gevolg een morsetest gedaan en 2 weken later (!) moest ik me melden in de Van Ghentkazerne voor de mariniersopleiding. Ik weet nog goed dat mijn vader zei: “dat gaat jou nooit lukken!” Dat was voor mij de drijfveer om er vol voor te gaan. Dat was in 1982. Helaas is mijn vader vorig jaar overleden en hij was maar wat trots op mij, hoe mijn carrière bij het Korps zich heeft ontwikkeld.’ 

Station Hollandsche Rading, het startpunt voor velen..

De uiteindelijke keuze voor de Verbindingsdienst, is dat een bewuste keuze geweest, of was dat een gewiekste wervingsactie van het MARKEURSEL? Zo ben ik namelijk ooit gestrikt voor de T&P…
‘Wat eigenlijk de doorslag gaf om voor de Verbindingsdienst te kiezen, was omdat ik dan meteen de opleiding in kon. Ik speelde destijds bij een drumband en de keuze voor de Tamboers en Pijpers was dus best logisch geweest. Maar goed, ik koos anders… We hadden zo maar collega’s geweest kunnen zijn bij de Tamboers en Pijper’. 

Kunt u kort uw carrière beschrijven? Wanneer bent u in dienst gekomen, welke opleidingen heeft u doorlopen, heeft u een of meerdere termen in de West gemaakt, heeft u ernstmissies gedraaid?
‘Op 10 mei 1982 ben ik in dienst gekomen, vandaag op de kop af 35 jaar geleden. De Eerste Vakopleiding (EVO) duurde destijds nog 8 à 9 maanden en vervolgens ging ik naar de Operationele School in Den Helder voor de Verbindingsopleiding. Na mijn opleiding werd ik operationeel geplaatst bij de 10e Staf- en Verzorgingscompagnie van de 1AGGP, de Eerste Amfibische Gevechtsgroep zoals destijds het bataljon heette. Dat was mijn eerste ervaring als jong verbindelaar in een operationele marinierseenheid.

Op enig moment had men mariniers nodig aan boord van het stationsschip dat naar de Antillen zou afvaren. En zo ging ik als 17-jarige marinier, met toestemming van mijn ouders, ik was immers minderjarig, aan boord van Hr.Ms. Van Speyk naar de West. Buiten mijn hoofdtaak als verbindelaar en een ceremoniële taak, was ik ook .50-schutter en rubberbootbestuurder. Na deze mooie ervaring aan boord, ben ik geplaatst bij de 11e Infanteriecompagnie van de 1AGGP en heb mijn berg- en koudweertrainingen doorlopen.

Vervolgens heb ik weer een term van 9 maanden in de West gemaakt en heb daar meegedaan met de selectietest voor de onderofficiersopleiding. Die test wees uit dat ik opleidbaar was en ik ben uiteindelijk in 1987 de opleiding ingegaan.

Na de opleiding en bevordering tot korporaal heb ik vele jaren operationeel gediend. Ik stond tijdens de eerste Golfoorlog in 1991 op de vliegtuigtrappen om te vertrekken met mijn eenheid naar Irak. Echter, er moesten mannen achterblijven en ik werd ter plekke van de trappen gehaald!! Ik heb in de jaren daarna nog 3 missies gedaan: in Cambodja, Ethiopië en Eritrea. Ik stond ook op de planning voor een missie naar Afghanistan, maar ik scheurde vlak voor vertrek mijn kruisbanden in mijn knie, dus die missie ging voor mij niet door. Ik vond dat verschrikkelijk, ik moest ‘mijn clubje’, met wie ik al zoveel jaren trainde, in de steek laten. Althans, zo voelde dat.
Op enig moment in mijn carrière kreeg ik de mogelijkheid om Toegevoegd Verbindings Officier (TVO)te worden onder de huidige korpscommandant. Ik moest toen voor mijzelf de keuze maken: word ik Officier Ex-schepeling (OEX) of maak ik de keuze om onderofficier te blijven in de rang van stafadjudant, wat destijds een nieuw verschijnsel was. Ik heb uiteindelijk de keuze gemaakt om onderofficier te blijven. Op enig moment kwam bij de Second Marine Combatgroup (2MCG) onder de toenmalige LTKOLMARNS Jeff MacMootry de functie van Chef der Equipage of Bataljonsadjudant vrij en ik werd toen door hem voorgedragen. Ik ben de  eerste verbindelaar ooit die deze functie heeft mogen vervullen, daar ben ik bijzonder trots op!Na deze functie kreeg ik de mogelijkheid om als stafadjudant de nieuwe Chef der Equipage van het Mariniers Opleidingcentrum (MOC) te worden. Dat was voor mij een gedroomde baan. In iedere rang die ik heb doorlopen, ben ik instructeur geweest, dus om aan het hoofd van de equipage van het MOC te staan, was geweldig.

Inmiddels ben ik dus de kazerneadjudant van deze mooie kazerne. Een zeer veelzijdige baan, je hebt te maken met allerhande organisaties. Ik zit aan tafel met het managementteam van de kazerne, heb korte lijntjes met de Chef-staf en heb regelmatig van doen met de politie en Veiligheidsregio Rijnmond. Er komt tegenwoordig van alles de kazerne binnen en het is mijn uitdaging om alle processen in goede banen te leiden  en een beetje korpsgeest en discipline aan deze burgers mee te geven.


Het bord met alle namen van de CdE’s VGKAZ…

… en het bord met de namen van de Kazerne Adjudanten VGKAZ

Kortom, een mooie veelzijdige carrière, van ‘puppes 3’ naar stafadjudant, van verbindelaar naar kazerneadjudant. Ik heb me overigens altijd met volle overtuiging ingezet voor het welzijn van de mannen. Ik heb veel in de diverse Medezeggenschapscommissies (MC) gezeten en heb nooit een blad voor mijn mond genomen. Wat wel eens tot discussies lijdt met de commandanten. Maar die ben ik nooit uit de weg gegaan, ik heb een hoogontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en ik kom op voor mijn equipage!’ 

Uw eerste missie was de UNTAC missie in Cambodja in 1992. Ik kan me voorstellen dat dit een bijzondere ervaring was. Kunt u daar meer over vertellen? Wat was de rol van het thuisfront en hoe heeft u dit ervaren? ‘Dat was zeker een bijzondere ervaring. Ik zat in de eerste shift naar Cambodja, in totaal zijn er 3 shifts geweest. Ik heb 8 ½ maand in de jungle van Cambo gezeten, als verbindelaar kom je als eerste en vertrek je als laatste. Deze uitzending kwam op het moment dat mijn 2e zoon net geboren was, hij was pas 4 weken oud. Let wel, het was in een periode zonder internet, e-mail of Skype. Pas na 2 maanden (!)  kon ik bellen met mijn echtgenote, dat ging met een satelliettelefoon. Dat was een prijzig gesprekje, het kostte destijds 12 gulden per minuut! We kregen toestemming om maximaal 10 minuten te bellen. Dat gebrek aan communicatiemiddelen en het spaarzame contact met het thuisfront heeft een behoorlijke impact gehad op mij en mijn jonge gezin.’ 

4 mariniers leggen m.b.v. een radioset contact met hun collega’s

Tijdens deze missies – de eerste korpsbrede missie van het Korps Mariniers sinds Nieuw Guinea – zijn er diverse slachtoffers en gewonden gevallen. Met name de impact van het overlijden van Rico Bos door ‘friendly fire’, was groot. Hoe heeft u dat ervaren?
‘Het tragische ongeluk met Rico Bos gebeurde tijdens de 2e shift, dus dat heb ik niet direct meegemaakt. Ik was tewerkgesteld bij het Field Dressing Station (de ziekenboeg red.) en had helemaal geen medische achtergrond. Er was altijd gebrek aan ondersteunend- en medisch personeel en zodoende moest ik helpen bij de aanvoer en behandeling van de gewonden. Dat was zwaar, er kwamen slachtoffers van landmijnen binnen met de meest afgrijselijke verwondingen, mensen met zware brandwonden en ook slachtoffers die op de operatietafel overleden. Ik heb diverse keren kinderen, die aan hun verwondingen waren bezweken, over moeten dragen aan de ouders. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten, maar je wordt wel heel snel ‘volwassen’ in dat soort emotionele gebeurtenissen. Er werden in die tijd gemiddeld 3 à 4 slachtoffers per week van landmijnen binnengedragen.

Het FDS in Cambodja tijdens een bezoek van Duitse officieren.

Op enig moment werd mij door een chirurg verzocht te helpen bij een operatie, en dan sta je dus gewoon te assisteren bij een beenamputatie, als assistent van de chirurg. Dat is heel bijzonder, gegeven het feit dat je geen enkele medische achtergrond hebt, anders dan KHBO. Na verloop van tijd word je wel gehard en kan je het voor jezelf relativeren en verwerken. Ik heb evenwel collega’s gekend die daar moeite mee hadden en na terugkomst in Nederland in de problemen raakten. Ik durf nu wel te stellen dat je na 8 maanden Cambodja en de dingen die wij  daar gezien hebben, volledig uitgeblust was en bijna tegen een burn out aan zat.

Overigens werden wij destijds gewoon na de missie 3 maanden met verlof gestuurd, zonder enige nazorg. Tegenwoordig is dat gelukkig veel beter geregeld, met adaptatieperiodes en begeleiding van professionals voordat je weer thuis komt.’ 

U staat op het punt de actieve dienst te verlaten. U gaat met zogeheten Functioneel Leeftijdsontslag. Ik weet dat u namens de Korpsadjudant zitting heeft gehad in het Dagelijks Bestuur van het COM, dus u kent het COM goed. Ziet u voor uzelf een rol weggelegd in het COM in de nabije toekomst?
‘Ik ben sowieso al lid van het COM. Ik ben nog relatief jong als ik volgend jaar de dienst verlaat, dan ben ik pas 53 jaar. Ik zet me nu al in als vrijwilliger, dat wil ik ook blijven doen, maar wil toch ook wel een gedeelte van mijn tijd invullen met betaald werk. Ik heb daar nu nog geen kijk op, maar of ik al meteen een bestuursfunctie bij het COM ambieer, dat beloof ik niet. Lid blijf ik in ieder geval!’ 

U kent ongetwijfeld de grote uitdagingen waarvoor het COM staat. De vergrijzing slaat toe en het ledental laat een geleidelijke daling zien. Er wordt momenteel stevig gedebatteerd over de wijze waarop de diverse aan het Korps Mariniers gelieerde stichtingen en verenigingen beter en nauwer kunnen samenwerken. Hoe ziet u de toekomst van de verenigingen in het algemeen en het COM in het bijzonder?
‘De weg naar een nauwere samenwerking tussen de verschillende verenigingen en stichtingen is al ingeslagen en binnen het COM woedt de discussie of we de onderverdeling in regio’s niet moeten loslaten en daarvoor in de plaats een verdeling in identiteitsgroepen moeten gaan toepassen. Bijvoorbeeld de Mountainleaders (ML-ers), kikvorsmannen, verbindelaren, commando’s, Tamboers en Pijpers en automonteurs. Daar ligt wat mij betreft de toekomst van het COM. Laat deze groepen hun eigen ding doen, echter onder de paraplu van het COM. Daarnaast juich ik het initiatief van COM Rotterdam toe om aan iedere marinier die de FINEX heeft voltooit en beëdigd zal worden, een voorlichting over het COM te geven. Al is het alleen maar om het stoffige imago op te poetsen. Wat vooral benadrukt moet worden is de kameraadschap die iedere oud-marinier onderling bindt en wat met name na het verlaten van de dienst zo belangrijk is, maar laat ze hun eigen identiteit houden!’ 

Ik heb mijn huiswerk een beetje gedaan en wij kennen elkaar al lange tijd. Nu weet ik dat u een wel heel bijzondere hobby heeft, een passie die je nu niet direct van een marinier verwacht. Kunt u daar iets over vertellen?
‘Mijn schilderhobby doel je op? Ik heb altijd een passie voor tekenen gehad en kan dat ook redelijk goed. In Cambodja ontwierp ik allerlei t-shirts die gretig aftrek vonden bij de mannen. Zo’n 7 jaar geleden kwam ik in contact met een kunstenaar uit Georgië die in Moskou een kunstopleiding had genoten en die destijds naar Nederland was gevlucht. Ik kreeg voor mijn verjaardag 2 schilderlessen cadeau en daar ben ik geïnfecteerd met het schildervirus. Het is voor mij totale ontspanning! Ik krijg nog steeds één avond in de week les en ik zit dan van 7 uur ’s avonds tot amper middernacht te schilderen. Ik vergeet alle tijd als ik het penseel in mijn hand heb. Mijn schilderkunst is ook bij anderen opgevallen en inmiddels heb ik al zo’n 40 werken van mijn hand verkocht. Zo hangt er een schilderij van mij in de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn dat ik geschilderd heb ter ere van het 55-jarig bestaan van de Verbindingsdienst. Dit schilderij is destijds onthuld door generaal Oppelaar.Mijn werk kan ook bekeken worden op mijn website. Daar zie je ook hoe gevarieerd mijn werk is, van vrouwen in dansjurken tot het Korps Mariniers. Ik exposeer mijn werk ook. Een aantal weken terug heb ik een expositie gehad in een oude suikerfabriek, maar ook in het gemeentehuis van Moerdijk heb ik geëxposeerd. Daarnaast hangt nog een aantal van mijn werken in het Gemeenschapshuis van Moerdijk. Overigens word ik hier niet rijk van, dat is voor mij ook niet de drijfveer,  ik kan mijn hobby ermee bekostigen. Ik vind het heerlijk om te schilderen en het ontspant mij.’ 

Eén van de kunstwerken van de hand van Johan Beljaars

Bij mijn eigen afscheid van het Korps, nu ruim een jaar geleden, heb ik teruggeblikt op mijn 36 jaar bij de baas. Ik was tevreden en voelde mij gezegend met zoveel goede collega’s. Maten voor het leven, Verbondenheid! Als u terugblikt op uw tijd bij het Korps Mariniers, wat ziet u dan en wat is het allesoverheersende gevoel?
‘Saamhorigheid! Wij beseffen soms niet wat voor unieke club wij hebben, de sociale verbondenheid, de onvoorwaardelijke kameraadschap. Het buddy gevoel, het er voor elkaar zijn, onder welke omstandigheid dan ook, waar ook ter wereld. Wij zijn veel sociaal gevoeliger dan wij denken. Helaas komen wij daar vaak pas achter als je er geen deel meer van uitmaakt. Dan ga je dat missen, die saamhorigheid. Gelukkig zie je dat met name de aandacht voor lief en leed wordt opgepakt, ook door de oud-mariniers. Kijk wat er leeft binnen de groepen op Facebook en hoe geweldig er voor de mannen die hulp nodig hebben, gezorgd wordt. Dat is de marinier, dat is wat het Korps zo uniek maakt! Eens marinier, altijd marinier…’

 Indrukwekkend
Dat is het woord dat mij als eerste te binnenschiet als ik na een uur weer op de fiets zit. Een indrukwekkend verhaal van een indrukwekkende marinier. Geen marinier die zichzelf op de borst klopt met louter stoere verhalen, maar een top-onderofficier die zijn menselijk gezicht laat zien en zich kwetsbaar durft op te stellen. Een marinier, een echtgenoot en vader, een kunstenaar. Die combinatie is indrukwekkend!

Indrukwekkend!

En oh ja, de in vergetelheid geraakte traditie van het omslaan van een bladzijde in het Ereboek Korps Mariniers? Dat heeft de aandacht…

Ik dank adjudant Beljaars voor zijn tijd en openheid.

René de Jong