Dit is het verhaal van een oud marinier die zich meer dan 50 jaar verdienstelijk heeft gemaakt voor het COM en in het bijzonder COM Rotterdam. Ik kwam hem op het spoor via een bericht op Facebook, waarin oud-marinier Fred Meijer de vraag stelde wie er een zekere Van Looyen kende. Fred’s vrouw werkt namelijk in de zorg en komt regelmatig bij de familie Van Looyen over de vloer. Uiteindelijk kwam Fred bij ondergetekende terecht en heb ik er onmiddellijk werk van gemaakt. Na een telefoongesprek met Maup, de echtgenote van Aad, werd een afspraak gemaakt voor maandag 13 augustus om 11.00 uur ten huize van de familie Looyen in Krimpen aan de Lek.

Samen met bestuurslid Frans Schoots kwamen wij dus op maandagmorgen bij Aad en Maup van Looyen, die ons verwelkomden met een heerlijke bak koffie. Hij stak gelijk van wal, want een van zijn wensen was om “het er nog eens één keer over te hebben” met wat oudgedienden. Hier volgt een korte samenvatting van zijn levensgeschiedenis. De volledige versie van zijn levensverhaal kan worden verkregen bij ondergetekende, Adriaan van Westenbrugge.

Foto: Aad van Looyen, geflankeerd door Frans Schoots en Adriaan van Westenbrugge.

“Het begon allemaal begin 1948 toen ik werd opgeroepen om de dienstplicht te vervullen en mij op 10 maart 1948 moest melden bij het Marine Opkomst Centrum te Voorschoten. In de trein ontmoette ik Henk de Koning en Teun van Mastrigt. Van alle keurlingen werd minder dan de helft goedgekeurd voor dienst bij de Marine of het Korps Mariniers. “Velen voelen zich geroepen, doch slechts weinigen zijn uitverkoren…” 

Foto: van de 25 man op de foto, werd minder dan de helft goed gekeurd.

“Ik was aangewezen om de vierdaagse te lopen in een tropische hitte van 32 graden en die startte in 1948 met 6649 deelnemers, waarvan er 581 uitvielen. Intussen was ook bekend geworden wie er uitgezonden zouden worden naar Nederlands Oost-Indië.  De uitvallers van de vierdaagse zouden scheepgaan met de ss Sibajak en wij als vierdaagse-lopers met ss Grote Beer.”

Foto: onze bak, met onze baksmeester korporaal Stientra in het midden.

Foto: ss Grote Beer in de sluis van IJmuiden 27 augustus 1948

“Ik vertel een interessant verhaal dat zich afspeelde tijdens mijn  verblijf in Indië.”
“Ik werd in 8 weken opgeleid tot ziekenverpleger en moest mij na de opleiding samen met maatje Wagemans melden bij het Medische peloton van het 5INFBAT dat zich in Madieon zou bevinden. Hoe moesten wij daar komen? Wij kregen het advies van de brigadestaf (BS), ook wel Big Shit genoemd, om ons te melden bij de Wonokromobrug waar een burgerkonvooi van zo’n 30 vrachtauto’s met rijst zou vertrekken naar Madioen, waar hongersnood heerste. Wij waren de enigen die gewapend waren met een karabijn en 30 patronen. Het gebied waar wij doorheen moesten rijden, was nog niet gezuiverd van TNI militairen en andere gewapende groeperingen.  Tot Modjokerto was het terrein gezuiverd maar bij Kertosono nog niet.”

Foto: een kaart van Oost Java

“Daar was een brug over de kali Brantas door ploppers opgeblazen en daarom werden wij doorgestuurd naar Kediri. De daar aanwezige militairen van het regiment Jagers wisten niet wat zij zagen: een heel konvooi burgervrachtauto’s met rijst en 2 mariniertjes! “Waar komen jullie vandaan, wij zitten hier al een week ingesloten en wachten op de pantsers van de Huzaren van Boreel om ons te ontzetten!!” We hebben ons gemeld bij de commandant van de aldaar gelegerde Jagers en of hij kon melden via de radioverbinding met Soerabaja dat wij daar waren. Achteraf bleek dat hij dat niet had gedaan en werden wij als vermist opgegeven en stonden in Nederland tot uitzetting en grote consternatie voor het thuisfront, op de lijst van gesneuvelden!”

“Op 20 januari 1950 gingen wij weer thuisvaren met de Johan van Oldenbarnevelt met 1200 mariniers en op 22 februari 1950 meerden we af aan de Javakade in Amsterdam. Op 17 maart 1950 moest ik uitrouleren in Voorschoten en ging met groot verlof. In 1952 kreeg ik bericht dat ik bevorderd was tot korporaal der mariniers zm.”

Het COM
“Dit was het einde van mijn actieve mariniersbestaan en startte mijn leven in het Contact Oud Mariniers. Het zou een heel boekwerk worden als ik alle werkzaamheden zou moeten beschrijven dus volgen hier slechts hier volgen enkele hoogtepunten uit mijn COM-periode.”

1944/1950: In eerste instantie waren er enige provinciale afdelingen met als eerste leden OVW’ers. Zij hadden het moeilijk om na het afzwaaien een positie in het burgerleven te vinden.

1950: Het afdelingsbestuur Rotterdam bestond uit OVW’ers onder leiding van een voorzitter, wiens naam ik vergeten ben, en de secretaris de heer Ceele. Al in 1950 hebben we voor het eerst in de VGKAZ op 10 december een bijeenkomst meegemaakt, zoals ook in 1951 en 1952. Op een bijeenkomst in 1953 in een café op de hoek van de Noordsingel/Bergstraat deelde de heer Ceele mede te stoppen met de afdeling Rotterdam, daar de penningmeester er met de kas vandoor was gegaan!!(uit armoe, hij was werkloos) en hij (Ceele) vanwege zijn werkzaamheden ook moest stoppen. De voorzitter ontbrak op deze bijeenkomst. Henk de Koning nam het secretariaat toen over, Teun van Mastrigt werd penningmeester, mr. Jan Verstegen als tijdelijk voorzitter en ik vice-voorzitter.

“Ons eerste doel was leden werven en met de thuisvaartlijsten gingen wij per fiets op pad en kon men lid worden voor 2 gulden vijftig.  De contributie werd ook per maand opgehaald (zie foto) en dat kostte dan een kwartje of 2 dubbeltjes per maand!!”

Foto: contributiekaart zoals in de 50’er jaren in gebruik bij het COM.

“Toen wij terugkwamen uit Indië hadden de thuisblijvers geen begrip voor wat wij in 1,5 jaar hadden meegemaakt en ook dat wij als nette 20-jarigen waren vertrokken en bij terugkeer waren veranderd en zelfstandiger waren geworden. Wij moesten maar weer snel aan het werk gaan en deze periode snel vergeten. Als wij over deze tijd wilden praten kregen we geen gehoor. Nazorg bestond al helemaal niet en PTSS was toen nog niet uitgevonden. Gelukkig hadden we de beschikking over het personeelscafé van Heineken op de hoek van de Crooswijksesingel en de Rottekade waar we een goedkoop biertje konden drinken en waar we ons verhaal kwijt konden.”

Wij noemden ons de afdeling Rotterdam maar beheerden de hele provincie Zuid-Holland.  Totdat in 1965 Kees Molenaar de afdeling Den Haag oprichtte. Later splitste zich de Bollenstreek af. Deze splitsing verliep op basis van vriendschap. Er was nog geen afdracht van contributiegelden aan de afdelingen. Ze moesten zich maar bedruipen door het houden van tombola’s. De afdeling Zuid-Holland bestond nog steeds niet.”

“Ook hielden we geen ledenvergaderingen want de enige afdelingsactiviteit was het vieren van de korpsverjaardag op of omstreeks 10 december in de VGKAZ. Soms hielden we tijdens deze bijeenkomsten een ledenvergadering en vroegen dan om door te gaan zoals het nu ging. Dat werd met algemene stemmen snel goedgekeurd want het pilsje riep ons!!

“Tussen 1950 en 1963 waren we altijd aanwezig bij de kranslegging bij de Maasbruggen. Na 1963 werd dat bij het mariniersmonument op het Oostplein. In 1953 wist Henk de Koning van HKKM gedaan te krijgen om vrijdags de schietbaan in Kralingen te mogen gebruiken. Zo ontstond later de schietvereniging COM afd. Rotterdam met statuten en als eerste voorzitter Ammers en later Henk van der Ende.”

“In de jaren tussen 1953 en 1960 was er een terugloop van betalende leden. Er waren in feite nog maar 2 actieve afdelingen nl.  Amsterdam en Rotterdam en later Eindhoven. In 1955 lopen voor het eerst oud-mariniers in het defilé op de Coolsingel.”

“In 1962 geen afdelingsfeesten i.v.m. overlijden prinses Wilhelmina. Van 1963 tot en met 1985 heeft de afdeling Rotterdam het voortouw getrokken bij onthulling van het monument op het Oostplein en de Lustrumvieringen. Voor het lustrum van 1990 en 1995 heb ik nog wel zitting gehad bij de organisatie en pas bij die van 2000 heb ik om privé redenen niet meegedaan.”

“Op 5 augustus 2000 is mijn eerste maatje uit die trein naar Voorschoten, Teun van Mastrigt overleden.”

“In 1980 met landelijke secretaris Hans van Noppes een ledenwerfactie gestart met als gevolg een gestage ledengroei naar 10.000 leden. Ik heb Hans opgevolgd als landelijke secretaris in 1982. In 1986 ging ik op 58-jarige leeftijd in de VUT. Ik werkte toen bij de Rotterdamsche Lloyd. In 1987 kreeg ik de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in goud door Hare Majesteit Koningin Beatrix. In 1989 ben ik op uitnodiging van generaal Van Breukelen een weekje mee geweest naar Noorwegen om iets te zien van de wintertraining van de mariniers.”

Vanaf 1997-1999 een tijdje actief geweest om de afdeling Zuid-Holland wat meer zichtbaar te maken. De onder-afdelingen Rotterdam Den Haag en Duin en Bollenstreek waren gewend de hele contributie afdracht direct te ontvangen waardoor de afdeling Zuid-Holland geen kas had en zo goed als niets kon organiseren. De eerste maatregel was de grenzen vast te stellen door middel van de postcodes. Zo ontstonden de onderafdelingen Duin en Bollenstreek, Den Haag, Rotterdam, Zuid-Hollandse eilanden, Drechtsteden en Midden Holland.”

Foto: een oude wervingsposter voor het COM

“In 1992 op verzoek van Bart Meerdink de administratie van de reünie ”Ter herdenking van de strijd in Nederlands Oost-Indië” geregeld. In 1993 na voleindiging van het van het secretarisschap werd ik benoemd tot erelid van de vereniging. Het ledental was toen ongeveer 12.000. Het secretarisschap van deze landelijke vereniging was voor mij best een grote klus.

In 1994 samen met Bert Kamerman de administratie van de reünie “Mariniersbrigade 50 jaar” gedaan (1.000 oud mariniers en 40 verpleegsters Marine hospitaal Soerabaja ) in samenwerking met De Jong Tours de deelnemers met bus opgehaald uit heel Nederland. Door de goede relatie die Bert Kamerman had opgedaan tijdens Nieuw-Guinea Reünie met die lieve dame bij Defensie die over de centjes ging, werd het vervoer betaald door Defensie waardoor de baten konden worden overgemaakt naar twee instellingen die zich inzetten voor Welzijn van de bewoners van Nieuw-Guinea.

Op 18 juli 2001 Meester Jan Verstegen onze eerste voorzitter Rotterdam overleden. Op 3 februari 2002 Henk de Koning overleden, afscheid van mijn beste maatje.

De gezellige soosavonden werden gehouden op Westplein 11 (VNS kantoren), vervolgens daarnaast op hetzelfde Westplein in de Nedlloydsoos, daarna café Visser aan de oude Binnenweg en toen naar de speeltuinvereniging op het Schuttersveld. Ik heb vernomen dat het nu wederom in de VGKAZ plaatsvindt, goede zaak.”

Naschrift auteur
Aad van Looyen is een van de vele oud-mariniers die veel heeft meegemaakt, veel heeft gedaan voor het COM, maar dan vervolgens in een leegte geraakt en zoals vele anderen alleen nog contact heeft met het COM via de Houwe Zo. Ook zijn echtgenote heeft ook veel bijgedragen aan- en diverse werkzaamheden voor het COM gedaan.

Bij mijn huisvisites die ik in de afgelopen tijd heb gedaan om de 50-jarige COM-jubileumspeldjes persoonlijk uit te reiken aan de COM leden, kwam ik erachter dat er nog tientallen leden zoals Aad van Looyen zijn, die nog eens graag contact zouden willen hebben met “iemand” die een luisterend oor biedt en/ of er zelf ook over kan meepraten. Zelf kunnen, willen of mogen zij de deur niet meer uit vanwege allerlei, meestal fysieke redenen. Aad van Looyen bijvoorbeeld is bijna geheel doof en met gebruik van een gehoorversterker en de nodige stilte om hem heen, kan hij ons horen praten.

Het is dan ook de bedoeling van het huidige bestuur van de onderafdeling Rotterdam om een strategisch plan te bedenken om deze “vergeten” oud-mariniers op te sporen en via huisbezoeken, kaarten, mails, soosuitnodigingen met speciaal vervoer etc. er weer bij te halen.

Mocht U iemand weten, die wat meer aandacht nodig heeft, laat het weten aan de leden van het bestuur, zodat er actie genomen kan worden.

Adriaan van Westenbrugge
Commissaris Activiteiten COM o.a. Rotterdam