Van uitstel kwam gelukkig geen afstel. Op maandagmorgen 4 april vertrok vanaf de Mozartlaan in Den Haag een bus met 45 personen richting Odoorn. Deze reis, die reeds twee jaar geleden gepland was door COM o.a. Den Haag, kon eindelijk doorgang vinden. Na zo’n kwartiertje meldde Mieke Caminada zich bij de microfoon, heette iedereen van harte welkom en deelde tevens mede dat we twee jarigen onder ons hadden. Dat ontlokte spontaan gezang en een driewerf hoera! Bij restaurant “La Place” in ’t Harde werd een koffiestop gemaakt.

Bij aankomst in het hotel werden we hartelijk ontvangen door Klaas Jan, de eigenaar van de Oringer Marke. Hij gaf aan dat Patricia ons welkom zou heten, omdat hij eerst de koffers op de desbetreffende etages ging brengen. Patricia vertrouwde ons wat praktische zaken toe, o.m. over de lift, waar slechts één persoon tegelijk in mocht. Inmiddels was het tijd geworden voor de lunch, die bij iedereen in het goede keelgat viel. Na het uitdelen van de sleutels gingen we eerst onze kamers verkennen. De rest van de middag bracht ieder op zijn/haar eigen manier door.

Om zes uur kregen we een uitstekend diner en vanaf die tijd was het ook “vrij” drinken. De twee jarigen werden nog extra in het zonnetje gezet. In de loop van de avond werd de film “Geopark de Hondsrug” vertoond.

Dinsdagmorgen 5 april klommen we weer de bus in. Met een lunchpakket in onze knapzak togen we richting Frederiksoord, waar ca. tweehonderd jaar geleden de “Koloniën van Weldadigheid” door Johannes van den Bosch werden gesticht. Dit project had ten doel kansarmen en verschoppelingen een nieuwe toekomst te bieden. In het museum werden we ontvangen met koffie of thee, daarna gaf een medewerker ons een uitgebreide verhandeling over het ontstaan en de geschiedenis van de koloniën. Na afloop daarvan konden we ons vrij door het museum bewegen en een verfilming over die periode aanschouwen. De meegenomen lunch werd door sommigen buiten, door anderen in de bus verorberd.

Inmiddels was de Kolonietram gearriveerd, waarmee we een rondrit door het voormalige gebied van de kolonie maakten, met inbegrip van de dorpen Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. Via een mooie route bracht de chauffeur van de bus ons terug naar het hotel.

’s-Avonds werden we getrakteerd op een optreden van de Drentse folkloristische dansgroep de “Schoapendansers”. Zij schotelden ons meerdere oude volksdansen voor en deden dat op een aanstekelijke wijze, waardoor er al snel een leuke klik met het publiek ( wij dus ) ontstond. Na de pauze volgden er nog een paar dansjes waarna het kostuum van de dames onder de loep werd genomen. Onder meer de vele verschillende lagen van de rok werden behandeld. Wat nu als een dame met zo’n rok ineens haar behoefte moest doen?! Nou, daar hadden ze een speciale onderbroek voor bedacht, de z.g. “snelzeiker”, wat uiteraard tot hilariteit onder de toeschouwers leidde. Ook het kostuum van de heren kwam aan de beurt, en hoe kon je dat beter doen dan er één uit te kleden!!!  Daar hadden ze een dame uit de zaal voor nodig; er was geen enkele twijfel over wie dat moest doen. Anicija van Ruiten vervulde die taak met toewijding en takt, wat zeer gewaardeerd werd door zowel het publiek als de dansgroep. Hulde voor Anicija! Hierna was de voorstelling ten einde. Onder luid applaus verlieten de “Schoapendansers” de zaal. Gelukkig bleef er nog tijd over voor een drankje.

Woensdag 6 april hadden we een vrije ochtend. Omdat het weer niet zo best was bleven de meesten van ons in of in de buurt van het hotel. Na de lunch in de Oringer Marke vertrokken we met de Bolderkar ( deze keer met een tractor er voor i.p.v. paarden ) naar het dorp Exloo. Onderweg werd in het bos gestopt bij een plek waar in de Tweede Wereldoorlog Joodse mensen een schuilhut tegen de Duitse bezetter hadden gegraven. Een moment van bezinning!

In Exloo werden we gedropt bij de schaapskooi, maar helaas: de schapen waren niet thuis. Daar het weer nog steeds niet best was kozen veel van onze medereizigers hun geluk bij restaurant Bussemaker, de grootste horecazaak aldaar. Na een kleine twee uur werden we weer met de schoenlepel de Bolderkar in gewurmd ( zegt iets over hoe ruim we zaten ) en ging de tocht terug naar ons hotel.

Na het smakelijke diner was er een quiz gepland, de “Drenthe Quiz”. Deze bestond uit ruim twintig Drentse uitdrukkingen en gezegden, waarvan wij een goede Nederlandse vertaling moesten fabriceren. Dat viel nog niet mee, maar ’t was wel heel leuk! Wat te denken van “de knien lopn los in ’t hok” ( Ja, wij weten de betekenis inmiddels ). Na gezellig nog een paar drankjes met elkaar genuttigd te hebben was het wederom “oogjes dicht en snaveltjes toe”.

Donderdag 7 april met Koop, dezelfde chauffeur als dinsdag, naar Kamp Westerbork. Hier vandaan werden tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim honderdduizend Joden, Sinti en Roma per trein gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië. In het museum aldaar krijg je een beeld over het leven in het kamp. Had je heel veel geluk, dan kon je blijven, had je dat niet, dan ging je op de trein naar een kortdurende en afschuwelijke toekomst.

Na rijp beraad werd besloten het middagprogramma helemaal om te gooien. Vanwege het onvoorspelbare weer en de slechte bestrating naar zowel het monument in Kamp Westerbork als in het museumdorp Orvelte werd aldus besloten. Als alternatief trakteerde Koop ons op een prachtige toer door het unieke landschap van Drenthe. Na enige tijd werden onze kelen een beetje droog doch Koop wist raad. Hij kende een knus café waar de koffie, warme wafels met kersen en slagroom uitstekend smaakte. Voordat we terug waren bij ons hotel werd nog met de pet rondgegaan voor Koop als blijk van waardering voor de onderhoudende en aangename wijze waarop hij ons twee dagen door Drenthe heeft vervoerd. De dag werd afgesloten met een gezellige bowlingavond in de kelder van de Oringer Marke.

Vrijdag 8 april, dag van de thuisreis. Na het laatste ontbijt in Odoorn werden de koffers gepakt en in de bus geladen. Uitgezwaaid door de hotelmedewerkers vertrokken we naar…….ja, waar naar toe? Het programma vermeldde alleen de verwachte aankomsttijd in Den Haag. Wel, we zetten koers naar het gebied van de Weerribben en Wieden. Dit gebied ligt in de buurt van het “Venetië van het noorden”, oftewel Giethoorn. In het dorpje Kalenberg stapten we aan boord van de fraaie rondvaartboot van rederij Jongschaap, waar we werden verwend met koffie en een goede lunch. De vaartocht voerde ons door het bijzondere landschap van de Weerribben, met z’n vele rietkragen en knotwilgen.

De rit naar de Mozartlaan in het “Haagje” verliep vlot en zonder files. We waren zowaar op de geplande aankomsttijd terug. Daar aangekomen was het bagage pakken en naar huis; de plek was er niet naar om lang na te praten.

Ter afsluiting: Veel dank en waardering voor Joep, Mieke, Herman en Henny voor deze leuke en bijzonder geslaagde week!!!

 

Tekst: Peter van Slingerland

Bewerking en foto’s: Mieke Caminada