De kazerne van het Korps Mariniers aan het Toepad is vernoemd naar een van de eerste commandanten van het korps, Willem Joseph baron Van Ghent. Op 14 december 1938 legde het 3-jarig zoontje van kolonel H.F.J.M.A. Von Freytag Drabbe, commandant van het Korps Mariniers, de eerste steen van de nieuwe marinierskazerne op het oude Excelsiorterrein. Er was behoefte aan een ruimere behuizing. De kazerne aan het Oostplein was niet alleen te klein geworden, maar ze voldeed ook niet meer aan de eisen van de tijd. Over die kazerne aan het Oostplein gaat dan ook dit verhaal.

Door: Harry Pruijsten (marinier van 1963 tot 1969)

De marinierskazerne aan het Oostplein behoorde tot de oudere vooroorlogse gebouwen van Rotterdam, voorzien van huisnummer 14. Sinds mensenheugenis was de hoek bij de Nieuwe Haven de plaats waar het arsenaal van de Admiraliteit aan de Maeze had gestaan. In 1598 werd het eerste gebouw neergezet. Na herhaalde uitbreidingen en verbouwingen kwam men in 1782 voor dwingende eisen van vernieuwing en modernisering te staan en een en ander werd opgedragen aan architect Jan Giudidi.

De marinierskazerne aan het Oostplein was voor veel Rotterdammers een begrip. Niet alleen door de uitstraling van het monumentale gebouw, maar door de vele activiteiten die hieruit vandaan plaatsvonden zoals muzikale marsen door de stad, ceremoniële erewachten, spectaculaire parades en taptoes. Het is de geschiedenis van het voormalig arsenaal, dat in 1823 een tweede leven kreeg als kazerne voor de mariniers. Het gebouw had een voor die tijd voorname uitstraling. Het had drie bouwlagen en het geheel kwam onder een pannendak. Het kreeg een fraai gebogen hoofdingang met twee zware deuren en aan weerskanten een monumentale gevellantaarn. Langs de gehele voorgevel kwam een verhoogde stoep, afgesloten met hardstenen hekpalen, met daartussen zware hangende kettingen. Boven de daklijst kwam het gebeeldhouwd admiraliteitswapen; twee ankers achter een leeuw met daarboven een kroon. Het wapen werd omgeven door vlaggen en andere militaire attributen.

Het meest in het oog springend was de permanente aanwezigheid van een schildwacht voor de hoofdpoort; de “post geweer”. Dag en nacht stram opgesteld naast het houten schildwachthuisje of stijf op- en neer lopend.

Indeling van de marinierskazerne.

We gaan binnen door de hoofdpoort. Gaat u mee?

Begane grond;
We lopen door een lange smalle gang, betegeld met gele tegels en overwelfd met een gebogen plafond. Links achtereenvolgens het wachtlokaal, het vaste domein van de onderofficier van de wacht, een sergeant. Het wachtlokaal was de verzamelplaats voor het opkomend wacht personeel, onder leiding van de korporaal van de wacht. Hier voorbij liep nog een klein gangetje naar het bureau administratie en een afgesloten telefooncel. Weer terug in de hoofdgang waren links vijf cellen. Na de cellen was een corridor vanwaar je in de kombuis kwam. Direct rechts van de kombuisdeur was de toegang naar de werkplaats van de geweermaker. Hiernaast was een kleine en goed afgesloten ruimte ingericht als munitiebergplaats. Rechts van voor naar achter het bureau van de eerste officier en de chef der equipage. In zijn bureau zetelde ook de provoost, tevens onderofficier van politie. Hiernaast het waslokaal. Lange rijen wasbakken met KOUD water. Met warm water wassen was niet ‘des mariniers”. O ja; er waren ook geen spiegels. In een hoek was een deur naar een leslokaal. En dan hebben we nog de toiletten. Nou ja, toiletten; het was een lange rij Javaanse hurkpotten, geen closetpotten dus. Langs de lange muur liep een goot als urinoir. Ook was er in deze toiletruimte een hokje met daarop de letters DVA, de Dermatologische Venerische Afdeling, door mariniers kortweg genoemd “Door vrouwen aangetast”. Hier kon men zich ontsmetten na een bezoek aan de Rosse buurt. Aan het einde van de gang kwam je via een afgeschermde gang op de achterplaats. De eerste deur in de gevel aldaar gaf toegang tot de bottelarij. Hiernaast lag een leslokaal van de korpsschool voor sergeant. Deze was ook in gebruik als slaapzaal. De laatste deur gaf toegang tot de slaapzaal voor nieuw opgekomen rekruten en oefenlokaal voor de tamboers en pijpers. Tussen deze gang en de hoge achtergevel werd het wasgoed te drogen gehangen.

Eerste verdieping:
Achter in de gang, de corridor, hing een grote scheepsbel en was de trap naar de eerste etage. Bovengekomen kwam je in een soort van ronde zaal. Links naast de trap waren twee deuren. De eerste gaf toegang tot de kamer van de commandant en de tweede tot de longroom voor officieren. Aan de overkant was het bureau commandement, waar de correspondentie voor de commandant werd behandeld. De gehele voorzijde van het gebouw, met uitzicht over het Oostplein, was de kantine voor korporaals en manschappen. Rechts achter in de hal was een deur naar een langgerekte zaal, dienende als verblijf voor mariniers in opleiding. Behalve eten en slapen, kregen zij hier tevens les. Er waren twee van deze lange zalen en per zaal sliepen er 60 rekruten. Klassen, bakken genoemd, bestonden uit 30 personen.

Foto: de kantine

Tweede verdieping:
Ook hier kwam je weer in een ronde zaal. Deze gaf toegang tot de hutten van officieren en onderofficieren, met zicht op het Oostplein. In de linker voorhoek was het onderofficiersverblijf “de gouden bal”. Hier werd door hen gegeten en hadden zij hun eigen bar. De ronde zaal was tevens het verblijf van de vaste bemanning van de kazerne. Al met al een gemêleerd gezelschap. Iedereen zat hier dicht op elkaar, waarbij aangetekend moet worden dat de meeste bewoners van deze verdieping walplaatsers waren, dus veelal niet aanwezig. O ja, de barbier verrichtte op deze verdieping ook nog zijn kunsten.

Zolderverdieping:
Deze gaf plaats aan de baantjesgasten zoals de timmerman, schoenmaker en kleermaker. Tevens was hier het kabelgat (schoonmaakmiddelen, touwen etc.) wapenkamer, plunjemagazijn en de kantine voorraad. Deze zolder strekte zich uit over de lange achtervleugel en deed ook dienst als droogzolder.

Foto: wasdag in de marinierskazerne (19 augustus 1939)

Waarschijnlijk zijn er niet veel van u die deze situatie nog mee hebben gemaakt. In het verleden sprak ik nog wel eens nog oud mariniers op reünies die hier nog gewerkt en geslapen hadden en hun verhaal hierover deden. 60 cent per dag verdienden zij als marinier der derde klasse, weliswaar met vrije kost en inwoning. Van deze 60 cent werd één cent ingehouden voor het gebruik van de kantine

Voor de oorlog oefende de mariniers op het Schuttersveld in Crooswijk. Hier stond tevens een gebouw dat bij hen in gebruik was; de exercitieloods. Ceremoniële plechtigheden zoals beëdigingen vonden in de open lucht plaats en bij regen en ontij in deze exercitieloods.

Foto: de exercitieloods aan het Schuttersveld (1975)

Iedere morgen marcheerden de mariniers, voorafgegaan door tamboers en pijpers, vanuit de kazerne naar het Schuttersveld. Ik moet daarbij denken aan wat Ton Loontjes, kapitein der mariniers b.d., hij rust in vrede, eens verhaalde; ook het materiaal, nodig bij de oefening, moest naar het Schuttersveld en dit geschiedde op een handkar. Die reed op gepaste afstand achter de marcherende mariniers. En o wat voelde je je l#llig als je die kar moest duwen. Het vrouwvolk stond langs de route van de marcherende mariniers en dan kwam jij als laatste voorbij met de handkar.

Foto: een monumentaal gebouw met een voorname uitstraling

Hoe het allemaal is afgelopen met deze mooie kazerne? Op 12 mei werd een brandbom net naast de kazerne afgeworpen door een Duits vliegtuig, kennelijk bestemd voor de kazerne. Uiteindelijk sloeg de brand van een belendend pand over naar de kazerne en deze brandde af. De mariniers lagen op de Plantage en in de omgeving van de Maasbruggen. Al hun persoonlijke bezittingen gingen verloren. Twee dagen later brandde nagenoeg de gehele binnenstad af. Op foto’s, gemaakt in december 1940 zie je ze nog noodgedwongen in hun mariniersuniform lopen, wat ze zeker met trots hebben gedaan. Bij het 350-jarig bestaan van het Korps in december 2015 zijn de contouren van de voorgevel van de kazerne duidelijk zichtbaar aangebracht op het Oostplein, zodat het voor een ieder te zien is waar dit prachtige arsenaal zich ooit bevond.

Harry Pruijsten