“Henk, wat heb je nodig als je voor het korps loopt?”
“Een maîtrestok majoor”                                                                                                                                  
“Denk na, je loopt zo’n drie meter voor het korps en jij BENT het korps”                                                 
“O ja? majoor, dan heb ik toch die stok nodig?”                                                                                          
“Nee, wat je eerst nodig hebt is kapsones!“

Door: Harry Pruijsten (marinier van 1963 – 1969)

Zo leidde Herman zijn leerlingen op voor het vak van tamboer-maître. Naar Herman van Kapel toe zou ik het willen vertalen naar een combinatie van lef, bluf, maar vooral kunde.

De tamboers en pijpers van nu kunnen trots zijn op hun huidige tamboer-maître, Ed Oosterom. Zelf heb ik het genoegen gehad om van december 1963 tot en met december 1969, als tamboer te mogen dienen bij dit mooie korps. In mijn tijd hadden we óók een vakman als tamboer-maître en dat was Herman van Kapel. Zijn achternaam is toeval. Een soms wat norse man, maar die zijn vak goed verstond. Hij was duidelijke de leider van het geheel. Voor de Tweede Wereldoorlog had van Kapel al een illustere voorganger gehad in de persoon van C. Witteveen. Een man, klein van gestalte met een indrukwekkende snor. Deze was 20 jaar tamboer-maître geweest, om uiteindelijk in 1938 met pensioen te gaan. A. Heinhuis werd in 1945, toen de mariniers in hun nieuwe Van Ghentkazerne de draad weer oppakten, de eerste naoorlogse maître. Hij werd in 1953 weer opgevolgd door C. Mieras en deze weer door Herman van Kapel, met hem wil ik met u teruggaan in de tijd. Allereerst zijn levensloop:

Herman (Hermanus was zijn geboorte naam) is geboren op 8 september 1922 op het Noordereiland te Rotterdam, een stukje Rotterdam in welke omgeving de mariniers van 10 tot en met 14 mei heldhaftig stand hielden tegen de Duitse overmacht. Kort na de geboorte van Herman verhuisde het gezin naar Zuidland waar zijn ouders oorspronkelijk vandaan kwamen en waar Herman verder is opgegroeid.

27 april 1939 als marinier in dienst getreden (Den Helder)
1   augustus 1939 naar de tamboers en pijpers (Rotterdam)
9   mei 1940 voltooiing opleiding als tamboer
10 mei 1940 oorlog (17-jarige rekruut te Rotterdam)
17 mei 1943 afgevoerd naar Duitsland (krijgsgevangene)
Mei 1945 terug in Nederland.

Foto: De Helder april 1939. Midden (de kleinste) is Herman van Kapel

Begin juli 1945 met de Queen Elisabeth, via Schotland, naar Amerika
Begin november 1945 vanuit Amerika naar Nederlands-Indië
1 januari 1946 aankomst Java
December 1946 terug naar Nederland

Voorjaar 1947 aanvang opleiding nieuwe rekruten
1   november 1948 bevordering tot korporaal-tamboer
1   februari 1952 bevordering tot sergeant-tamboer
najaar 1954 tamboer-maître
1   november 1955 bevordering tot majoor-tamboer
1   januari 1966 bevordering tot opper-tamboer
12 januari 1972 Functioneel leeftijdsontslag, pensioen dus.

Toen ik in november voor het eerst met de marinierskapel mee mocht was dit ter gelegenheid van de tewaterlating van Hr.Ms. Potvis. Deze onderzeeboot werd op 2 november 1965 officieel door de Schiedamse Scheepswerf Verolme – Feijenoord overgedragen aan de Koninklijke Marine. Uiteraard ging dit gepaard met veel ceremonieel. Als toen nog jeugdig en tevens jongste lid van de tamboers en pijpers, moest ik in opdracht van tamboer-maître Van Kapel een opstel schrijven over deze overdracht. Ik had er mijn best opgedaan en vol verwachting ingeleverd. Helaas was zijn reactie niet erg vleiend. Ik had nagelaten weer te geven dat we daar ook gegeten en gedronken hadden. Hij schreef een reactie onder mijn opstel, en ik wil u dit niet onthouden:

“Was er voor jou geen soep en brood om in je overdracht te persen en liet je na die soep je geraamte niet vollopen met spiritualiën?”

Ik heb de brief zorgvuldig gewaard. Ik zie er gelukkig de grap (nu wel) van in. Ik denk dat dit Herman ten voeten uit was. Hij vroeg veel van zijn mensen, maar ook van zich zelf. Hij zag de tamboers en pijpers als hét visitekaartje van het Korps Mariniers en dat waren ze eerlijk gezegd ook wel.

Foto: Herman van Kapel, Rotterdam ca. 1965

Op taptoes, waar we met meerdere militaire muziekkorpsen bij elkaar kwamen, waren we trots op hem. Hij was dé leider van het geheel en zorgde voor een strakke presentatie, waarbij hij op zijn manier de show stal. Hij kon zich ruimschoots meten met de maîtres van andere militaire korpsen

Op 12 januari 1972 ging hij op bijna 50-jarige leeftijd met pensioen. Intussen was zijn zoon Herman jr. als trompettist muzikant bij de Marinierskapel. Hier neemt het succesverhaal van Herman van Kapel een trieste wending.

Op 32 jarige leeftijd overlijdt zijn zoon aan een hartstilstand. Hetzelfde overkomt Herman Sr. Op 23 februari 1979, op 56-jarige leeftijd, overlijdt ook hij aan een hartstilstand. Een zeer moeilijke periode breekt aan voor zijn vrouw Janneke en dochter Ida. Beiden emigreren naar Amerika.

Foto: Janneke van Kapel met haar hond Herta

Janneke is inmiddels 92 jaar geworden en gezond en gelukkig, ondanks alles dat haar is overkomen. Hetzelfde geldt voor Ida. Met beiden heb ik nog steeds regelmatig e-mailcontact. In hun mailing hebben ze het regelmatig over hun man, respectievelijk vader. Geen betere maître dan hij en misschien hebben ze daar ook wel gelijk in. Zijn maîtrestok hangt boven de schoorsteen met daarnaast het speciale Delftsblauwen bord dat hij van generaal Van Nass in ontvangst mocht nemen in 1965 voor zijn inzet bij de viering van het 300-jarig bestaan van het Korps Mariniers. Het KORPS blijft nog ook bij hen in Amerika nog steeds deel uitmaken van hun dagelijks leven.

Harry Pruijsten