Met een beperkt ceremonieel  vanwege de corona-maatregelen is vandaag op de Van Ghentkazerne de laatste eer bewezen aan de op 1 mei in zijn woonplaats Capelle a/d IJssel op 91-jarige overleden adjudant-onderofficier van de mariniers b.d. C.J. (Cor) Visser. Hij is onderscheiden met het Bronzen Kruis, het ereteken voor Orde en Vrede met de gespen 1947, 1948 en het Nieuw Guinea Herinneringskruis.

Op het Toepad stond – met gepaste onderlinge afstand en afgestemd met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond – een kleine erehaag met veteranen en belangstellenden, waaronder de burgemeester van Capelle a/d IJssel. Onder begeleiding van 1 Tamboer en 2 Pijpers reed de rouwstoet de Van Ghentkazerne binnen waar op het exercitieterrein voor de vlaggenmast een korte ceremonie plaatsvond. Hierbij waren naast de aanwezige familieleden, o.a. de commandant en kazerneadjudant Van Ghentkazerne, een kleine delegatie van de Vereniging Dragers Militaire  Dapperheidsonderscheidingen (VDMD), inclusief een actief dienend marinier met Bronzen Kruis en een kleine afvaardiging van het Contact Oud en actief dienende Mariniers (COM) aanwezig. Na een korte toespraak van majoor Erkelens, voorzitter VDMD, waarin hij aangaf waarom de heer Visser het Bronzen Kruis was toegekend,  werd het signaal Taptoe geblazen door een hoornblazer van de Tamboers & Pijpers, gevolgd door een minuut stilte waarna de rouwstoet vertrok richting het crematorium.

K.B. no. 42 van 30 september 1950

Cornelis Johannes Visser, geb. ’s-Gravenhage 2 sept. 1928, marinier der 1e klasse (25334),

Heeft zich, ingedeeld zijnde bij een patrouille van slechts vijf man, welke nabij Lasem (Oost-Java) plotseling onder automatisch vuur van de tegenstander geraakte, door moedig optreden onderscheiden op 6 februari 1949.

In het bijzonder door onmiddellijk op goede en onverschrokken wijze handelend op te treden toen reeds dadelijk na aanvang van het vuurgevecht de sergeant-patrouillecommandant en twee manschappen werden gewond.

Door dit optreden wist hij te bereiken dat de algehele vernietiging van de patrouille werd voorkomen.

 

Tekst: Adriuaan van Westenbrugge