U zult het wellicht ook hebben: mariniers die je ooit in je diensttijd tegenkwam, mee samenwerkte, daarna nooit meer hebt gezien, maar die je ook nooit zult vergeten. Ook ik ken zo iemand: Dirk Otsen. Misschien denkt u bij die naam: “Die ken ik ook”. Ik zal hem in ieder geval nooit meer vergeten en over hem gaat dan ook de navolgende gebeurtenis.

Door: Harry Pruijsten (Marinier 1963 – 1969)

Het zal nu niet anders zijn vermoed ik, maar in de 60-er jaren was aan boord van ieder schip van Hare Majesteits vloot wel een detachement mariniers geplaatst. Op het vliegdekschip Karel Doorman en de kruisers De Ruiter en De Zeven Provinciën zelfs onder leiding van een groot-majoor. Dit voor de ceremoniële gebeurtenissen. Het detachement mariniers leverde de onderofficier van politie, een sergeant, en twee korporaals om de manschappen “in toom” te houden. De manschappen werden in buitenlandse havens ingezet als Marine Patrouille en aan boord als manusje van alles; beheer van het OS&O verblijf, de amusementscentrale, het kabelgat en meer van die klusjes. Zelf was ik in 1967 en 1969 geplaatst aan boord van De Zeven Provinciën. In 1967 was dit in gezelschap van de eerder genoemde Dirk Otsen. Ik bewaar zeer goede herinneringen aan Dirk.

foto: Hr.Ms. Zeven Provinciën

Dirk was een man van weinig woorden en met een hart van goud. En wat niet onbelangrijk was: hij was beresterk, type “kleerkast”. Hij had een commando opleiding genoten en was chef instructeur bij het MSPC (Marine Sport Parachutisten Club) te Barsingerhorn. Het was in 1967 dat we met de mooie Kruiser Zeven Provinciën afmeerden in El Ferrol del Caudillo, een belangrijke havenstad van de Spaanse marine in Galicië en de geboorteplaats van generaal Franco, u wel bekend. Altijd gezellig bij die Spanjaarden. Het weer werkte in zuid Spanje ook nog eens mee, dus passagieren en een gezellige bar opzoeken. Zo ook Dirk. Aan boord had hij een gelijkgestemde gevonden, een kwartiermeester van de Koninklijke Marine en in het bezit van een zwarte band van een gooi- en smijtsport. Samen trokken ze er op uit; ook naar de bar dus.

Nu was Dirk niet zo’n drinker en na een paar pilsjes begon het hem toch op te spelen. Die Spanjaardjes waren wel erg luidruchtig en liepen te veel tegen hem aan en zeer zeker in de weg. Het onvermijdelijke gebeurde; Dirk en z’n maat kregen bonje met een aantal overmoedige Spanjaarden die zich op het tweetal verkeken hadden. Ze hadden geen schijn van kans tegen Dirk en zijn maat. Het had iets weg van Asterix en Obelix. Binnen de kortste tijd lagen ze op een hoopje in de hoek. Alleen was de kroegbaas zo attent geweest om de hulp van de Guardia Civil in te roepen, met het kennelijk doel nog iets van de inventaris van z’n bar te redden.

Binnen de kortste tijd stonden er enkele busjes met inhoud voor de deur, nee erger nog; ze gingen naar binnen en Dirk en z’n maat werden tegen de muur gezet. Tot zekere hoogte accepteerde Dirk dat nog wel, maar toen ze hem ook nog eens gingen fouilleren was de boot aan en werden er door Dirk en zijn maat ook enkele Guardisten tegen de grond gemept.

foto: KPLMARNALG Otsen

Het gevolg kunt u al raden; er kwamen nog meer busjes met inhoud en Dirk en de kwartiermeester werden meegenomen naar het bureau. Wat daar aan het bureau precies is gebeurd heeft het tweetal nooit verteld. Wat ik wel zag en weet is dat de volgende morgen een busje van de Guardia Civiel bij de valreep stopte, de achterdeur werd geopend en twee gedeukte manschappen van Hare Majesteits vloot als oud vuil op straat werden gedumpt en het busje wegreed. Beiden werden ondersteund aan boord geholpen. Bij Dirk zag ik een snee op zijn voorhoofd dat met een zwaluwstaartje werd geplakt. Hierna zocht Dirk, zo goed en zo kwaad als dat ging, zijn “matje” op en hing er een paar legergroene handdoeken voor, zodat hij geen last van het licht en vooral niet van vragen van ons had.

Twee dagen hebben we Dirk in zijn slaap horen kreunen. Daarna stapte hij uit zijn bed en vervolgde zijn dienst, alsof er nooit iets gebeurd was. Het enige dat hij er nog over wilde vertellen was dat het een leuke “matpartij” was, alleen waren er op het politiebureau te veel voor hun tweeën.

Ik wilde u dit verhaal niet onthouden, een stukje onvervalste mariniershistorie over een roemruchte marinier!

Harry Pruijsten