Aan het einde van mijn Eerste Militaire Vorming (EMV) maart 1967 werd via een lijst bekend gemaakt wat de vervolg opleiding zou zijn. Betreffende lijst hing in de hal van de kantine  in van de Van Braam Houckgeestkazerne. Omdat er een voor mij vreemd nummer op de lijst stond vroeg ik aan een voorbijlopende korporaal of hij wist wat ik ging doen. Morsec. (mortiersectie) zei hij. Omdat ik het niet geloofde vroeg ik het nogmaals aan een andere korporaal. Die maakte het nog bonter door te zeggen dat ik naar de chauffeursopleiding zou gaan.  Dat leek mij nog onwaarschijnlijker omdat ik helemaal geen rijbewijs had.

 

En ja hoor het werd de chauffeursopleiding in de Willem II kazerne te Tilburg. We zaten daar met tien marine mannen en 10 mariniers.  Na twee maanden van theorie en praktijk het afrijden. Een majoor van de mariniers nam het examen af. Ik slaagde. Ik stond als eerste reserve voor uitzending naar Curaçao. Een marinier die zou worden uitgezonden en daar geen zin in had zakte met voorbedachten rade voor zijn theorie examen en dus was ik de klos. Later bleek de betreffende marinier wel zijn theorie examen alsnog gehaald te hebben.  Ik heb achteraf geen spijt van gehad van mijn uitzending.

 

Op de mariniers kazerne Suffisant te Curaçao werd ik ingedeeld als chauffeur staf. Eerlijk gezegd een beetje saaie baan. Vanwege mijn ruwe rijstijl werd mij door de transport officier medegedeeld dat ik zou worden overgeplaatst naar de TLV sectie. Zijn motivering was “daar hebben ze lui nodig die op twee wielen de bocht om moeten”.

Dat bleek inderdaad het geval. Bij het in stelling gaan met de TLV was het dwars door de knoek rossen, remmen, stuk in stelling brengen, schot afvuren en snel er vandoor. Dit alles in paar minuten. Dit om te voorkomen dat de tegenpartij je positie kon peilen.


We waren met twee secties en hadden daarvoor twee oude landrovers en een Chevrolet Pickup als commadowagen ter beschikking. 

Toen al was de TLV achterhaald. Dat bleek wel als de Amerikaanse mariniers die op de terugweg van Vietnam bij ons in Curaçao kwamen bunkeren en bij ons in de wapenkamer een kijkje kwamen nemen. Het was voor hun een dijen kletser. Zo van “daar heeft die ouwe van mij in WO II nog mee geschoten”.  Neemt niet weg dat wij er onwijs goed mee overweg konden.  Het was een fijne tijd met een geweldige kameraadschap. Twee kleine secties met professioneel kader.  Iets waar ik in mijn leven na de mariniers veel aan te danken heb gehad.

Marinier 2 ZM Rob van Zijderveld