Onlangs was de respectvolle verstrooiing van een der laatst overgebleven strijders van het Korps Mariniers, die in de meidagen van 1940 hun leven in de waagschaal stelden met als doelstelling de Duitsers een vrije doorgang te beletten naar de residentiestad Den Haag.

Door: Harry Pruijsten (marinier van 1963 – 1969)

Ik moest hierbij weer denken aan Leendert Eland, korporaal der Mariniers, brandweerman en Rotterdammer. Leendert leefde van 18 november 1913 tot 6 februari 1945, de dag dat hij werd doodgeschoten op de Stieltjeskade. Hij sneuvelde door een pistoolschot in zijn nek, afgevuurd door een NSB brandweer officier, op 6 februari 1945. Een kruis, ter nagedachtenis aan hem, heeft jarenlang gestaan op de toegangsweg naar de Wilhelminakade en is inmiddels vervangen door een gedenktegel bij de ingang van Metrostation Wilhelminaplein. Wie was Leendert Eland? Als oud marinier en geïnteresseerd in de geschiedenis van het Korps heb ik een onderzoek naar hem gedaan.

Nieuwsgierig geworden, werd door mij in 2008 het graf van Leendert Eland op de Zuiderbegraafplaats opgespoord en bezocht. Dit bleek na 63 jaar ernstig onder de weersomstandigheden te lijden te hebben gehad. Door mij werd contact opgenomen met de dochter van L. Eland en dhr. Bijsmans van de Oorlogsgravenstichting. Met hun medewerking werd een verplaatsing van de stoffelijke resten tot stand gebracht. En zo heeft L. Eland na 63 jaar een nieuwe en definitieve rustplaats gekregen op het Ereveld te Loenen. Hier volgt het verhaal van Leendert Eland…

Korporaal der Mariniers Leendert Eland, zoon van Arie Eland en Maria van Herk, marinenummer 4431, geboren 8 november 1913 te Rockanje, overleden op 6 februari 1945 en gewoond hebbend Pleinweg 32-c te Rotterdam, was in de meidagen 1940 actief met de verdediging van Rotterdam tegen de oprukkende Duitse troepen. Na de demobilisatie werd hij ingedeeld bij de Staatsbrandweerpolitie te Rotterdam. Leendert kon zich echter niet neerleggen bij de Duitse overheersing. Samen met de mariniers J. Honig en J. Flipse waren zij al snel actief in het verzet, gevormd door de knokploeg van de brandweer. Hun activiteiten bleven echter niet onopgemerkt. Dit met fatale gevolgen.

Leendert (rechts) tijdens zijn opleiding op de Harskamp 1934

In februari 1945 vond een incident plaats *, waarbij een slachtoffer te betreuren was. Onderluitenant der Staatsbrandweer politie J. Honig bevond zich op dinsdag 6 februari 1945, omstreeks 15.30 uur samen met onderluitenant Blok in de bevelvoerderskamer van de hoofdwacht, gevestigd aan de Wilhelminakade 25, toen genoemd Stieltjeskade. Dit omdat de naam Wilhelmina niet genoemd mocht worden van de bezetter.

Op laatstgenoemd tijdstip bereikte hen een gerucht, dat de onderluitenant Van der Sel op het hoofdbureau van de Staatsbrandweerpolitie, gevestigd Heemraadssingel 97 door de Sicherheits polizei zou zijn gearresteerd. De dienstdoende bevelhebber was op dat tijdstip de hoofdwachtmeester J. Flipse. Flipse zei toen tegen Honig: ‘dan moet ik ook maken dat ik wegkom’. De onderluitenant Blok nam daarop de wacht van Flipse over. Terwijl Flipse zich gereed maakte om te vertrekken, werd hij geroepen door de afdelingscommandant, de kapitein C. van der Kleij, die in een naastgelegen kamer zat. Deze brandweerofficier was lid van de NSB en beloond met een promotie van eenvoudig ambtenaar bij de gemeentewerken Rotterdam tot officier, hoofdbrandwacht.

Flipse ging vervolgens diens kamer binnen. Kort daarvoor had de kapitein een telefoongesprek gevoerd. Wat er besproken was wist Honig niet. In de kamer van de kapitein ontstond een woordenwisseling tussen Van der Kleij en Flipse. Tijdens dat gesprek hoorde Honig Flipse zeggen: ‘U wilt mij toch niet overleveren aan de SD?’ Honig liep daarop naar de gang waar zich de opperwachtmeester Leendert Eland bevond. Honig zei tegen hem: ‘Leen, ik geloof dat het daar fout is.’ Direct daarop hoorde hij Flipse roepen: ‘jongens kom me helpen.’ Eland ging vlug via de bevelvoerderskamer naar de kamer van de kapitein. Vervolgens zag hij dat Flipse de kamer uitkwam en de trap afging. Hij werd onmiddellijk gevolgd door de opperwachtmeester Eland. Deze werd gevolgd door de kapitein Van der Kleij. Alle drie liepen naar de buitendeur. Wat er verder precies gebeurde kon Honig niet zien. Later bleek dat Van der Kleij getracht had Eland en Flipse tegen te houden. Er ontstond een worsteling, waarbij Flipse werd geholpen door zijn collega Eland. Met vereende krachten werkten zij van der Kleij tegen de grond en gingen er van door. Flipse op de fiets en Eland er naast lopend. Van der Kleij had zich echter opgericht en was naar buiten gelopen met zijn vuurwapen in zijn hand. Hij loste een schot, met het gevolg dat Eland in de nek werd geraakt en ter plaatse overleed.

Flipse wist te ontkomen en dook voor de verdere duur van de oorlog onder. Daarna ging hij weer naar het korps mariniers en is tot aan zijn pensionering als adjudant sportinstructeur actief geweest.

Eland werd in het Zuiderziekenhuis opgebaard in het uniform van korporaal der mariniers, waar hij tot 15 mei 1940 had gediend. Later werd hij, onder grote belangstelling, op de Zuiderbegraafplaats te Rotterdam naar zijn laatste rustplaats gebracht.

Leendert Eland opgebaard in Rotterdam 1945

Jaarlijks, op de dag van de dodenherdenking, werd Eland door de brandweer herdacht, bij een eenvoudig kruisbeeld, geplaatst op de Wilhelminakade, nabij de plek waar Eland het leven verloor. Vrijwel altijd was Flipse, die inmiddels in Varseveld woonde, aanwezig om deel te nemen aan de sobere plechtigheid. Door deze tragedie, waarbij een vriend zijn leven voor hem had gegeven, heeft Flipse het geestelijk zeer moeilijk gehad. Met kerstmis 1973 is J. Flipse overleden.

Flipse verklaarde na de bevrijding dat hij was aangesloten bij de KP en dat hij was belast met de leiding van de KP’ers bij de brandweer van Rotterdam. Volgens Budde, eveneens werkzaam bij de brandweer, was de SD bij de zaak betrokken, omdat men het vermoeden had dat er wapens in de kazerne waren opgeslagen.

Tegen de inmiddels 42 jarige C. Van der Kley werd na de oorlog door de Advocaat-fiscaal bij de Rotterdamse kamer van het Bijzondere Gerechtshof de doodstraf geëist, welke later is omgezet in twintig jaar gevangenisstraf. Van der Kleij verklaarde op deze rechtzitting dat hij van de SD opdracht gekregen had, Flipse vast te houden, totdat leden van de SD zouden zijn aangekomen.

Na de oorlog is door de toenmalige commandant van het korps mariniers generaal majoor H.F.J.M.A. von Freitag Drabbe, onder grote belangstelling, een krans gelegd op het graf van Leendert Eland.

Op 6 oktober 2008 is met militair ceremonieel en onder belangstelling van naaste familie en kennissen, de nieuwe gedenksteen van L. Eland op genoemd ereveld onthuld. Door de nabestaanden van J. Flipse werd een krans gelegd op het graf. Ter plaatse was een deputatie van het Korps Mariniers. Door een hoornblazer van de tamboers en pijpers werd het signaal taptoe geblazen.

De gedenksteen van Leendert Eland

Leendert Eland ligt nu op enkele tientallen meter afstand begraven van gesneuvelden van hedendaagse vredesmissies, zoals eerste-luitenant Dennis van Uhm van het 45e Pantserinfanterie Bataljon, de zoon van de toenmalige Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm.

Harry Pruijsten

* bron; Handhaven onder de nieuwe orde.
Politieke geschiedenis van de Rotterdamse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog
Auteur F. Van Riet.