We hopen allemaal heel oud te mogen worden, zelfstandig te kunnen blijven wonen en het liefst in goede gezondheid. Ik heb het genoegen mogen smaken om mijn voormalige divisie chef van de opleiding te mogen bezoeken, de toenmalige kapitein Anton Kok, inmiddels 85 jaren oud. Velen van ons zullen hem nog wel kunnen herinneren.

Door: Harry Pruijsten (marinier van 1963 tot 1969)

Op bezoek bij de heer en mevrouw Kok in Doorn
Op een zonnige, maar koude winterdag bezocht ik de heer en mevrouw Kok in hun gezellige eengezinswoning in Doorn. De ontvangst was met koffie en koek en aller hartelijkst. Twee mensen die al 62 jaar getrouwd zijn en zoals mevrouw Kok mij toevertrouwde “nog steeds niet op elkaar uitgekeken”. Anton is in hart en nieren nog steeds marinier. Hij volgt het korps op de voet en weet er ook veel over te vertellen. Ik hoop u hier in mee te kunnen nemen in het door hem aan mij vertelde levensverhaal.

foto: de heer en mevrouw Kok, Doorn 2 maart 2018

Koninklijk Instituut voor de Marine
Anton stamt niet uit een militaire familie, of het zou zijn vader moeten zijn die tijdens de Eerste Wereldoorlog dienstplichtig sergeant was bij de Landmacht. Anton Kok werd op 23 december 1932 geboren te Zuilen. Na zijn lagere school ging hij naar het St. Bonifatiuslyceum in Utrecht en verliet deze in het bezit van het Gymnasium B diploma. Hij was een idealist en wilde zich na 5 jaar oorlog inzetten om de toen bereikte vrede voort te laten duren. In 1952 solliciteerde hij bij de Koninklijke Marine en werd in augustus van dat jaar geplaatst voor de officiersopleiding bij het Korps Mariniers op het Koninklijk Instituut voor de Marine te Den Helder. Na drie intensieve jaren verliet hij in augustus 1955 het KIM als tweede luitenant der mariniers.

foto: Anton Kok als korporaal adelborst in 1953

Divisiechef Opleidingen Van Ghentkazerne
Zoals het bij de meesten verliep, ging het ook bij de familie Kok; je komt nog eens ergens in de wereld. In 1958 werd hij geplaatst in de Nederlandse Antillen, getrouwd en het 2e kind op komst. In totaal hebben ze vijf kinderen gekregen; vier zoons en een dochter. Na terugkomst uit de Antillen ging hij, begin 1962, voor vier maanden naar Nordfolk in Amerika voor een amfibische opleiding. Bij terugkomst wordt hij in dat zelfde jaar aangesteld als divisie chef opleidingen EMV in de Van Ghentkazerne te Rotterdam. Dit duurde vier jaren en achteraf gezien de moeilijkste jaren uit zijn carrière. Rekruten werden toegelaten vanaf de leeftijd van 15 jaar en 9 maanden. Het korps had de grootste moeite om klassen te vormen van 20 man. En wat nog erger was; men haakte vroegtijdig af. De uitval was te groot en dit werd de toenmalige kapitein Kok door de leiding verweten. Hij wist ook waar het probleem zat; te veel theoretische lessen voor jonge mensen die overliepen van energie en het veld in wilden. Hij droeg oplossingen aan om dit om te vormen, maar hij kreeg niet de gevraagde ruimte deze problemen aan te pakken. Hij ondervond wel veel steun van de adjudant Jan Molenaar, met wie hij goed kon samenwerken, maar het probleem bleef zich voortzetten.

Waarnemer UNTSO
Na vier moeilijke jaren zat het er voor hem op en werd hij in 1966 personeelsofficier te Rotterdam en vervulde deze zelfde functie hierna in 1967 te Doorn. In 1969 vertrok hij, zoals andere officieren van het Korps Mariniers, naar het Midden Oosten. Onder de vlag van de Verenigde Naties worden zij geplaatst bij de Truce Supervision Organization (UNTSO) en wordt, zoals afgesproken, de bestandslijnen tussen Libanon, Syrië en Israël geobserveerd. Anton verblijft een half jaar in Damascus en een half jaar in Tiberias en zijn gezin gaat mee.

Staffunctie
Midden 1970 keert hij terug naar Nederland. Hij gaat een staffunctie vervullen op het Hoofdkwartier van het Korps aan het Westplein 11 te Rotterdam. Dit is ook de start van de samenwerking tussen het Nederlandse- en het Engelse Korps Mariniers en de daarop volgende trainingen in Noorwegen. Hieraan bewaart hij vele goede herinneringen. In 1974 volgt overplaatsing naar de Marine Stafschool in Den Haag. 1975 is het jaar waarin hij bevorderd wordt tot luitenant kolonel en stafofficier Marinierszaken in Den Haag wordt. De periode waarin namens het Korps o.a. invulling moest worden geven aan de parachutisten opleiding. Dus moest er materiaal komen, zoals 300 goede parachutes, waarvoor een staf eis moest worden geschreven. Een boeiende periode zoals hij deze in het kort weergeeft. Op 1 juli 1979 volgt bevordering tot kolonel en werd hij benoemd tot directeur van de Marinestafschool. Hij was de eerste officier van het Korps Mariniers sinds 60 jaren die deze functie ging bekleden.

foto: Anton Kok als kolonel der mariniers 1 juli 1979

Functioneel Leeftijd Ontslag
Op 23 december 1982 gaat hij met Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO), maar zeker geen moment voor hem om stil te gaan zitten. Een nieuwe periode breekt voor hem aan. De energie is nog steeds ruimschoots aanwezig.

Het bekleden van diverse functies in de burgermaatschappij
Op 1 januari 1983 wordt hij vicevoorzitter van het instituut Clingendael te ’s-Gravenhage. Na zeven jaren volgt een statutair ontslag en wordt hij voorzitter van de Jeugdzorg Instelling Beukenrode te Doorn, een functie die hij 15 jaar vervult. Hierna is hij 3 jaren werkzaam in de Raad van Toezicht in de Leo Stichting te Borculo en zet zich in voor Jeugdzorg De Glint, een instelling met 128 kinderen te Barneveld. Van 1988 tot en met 2004 is hij tevens vicevoorzitter en voorzitter van het Centrum Nederlandse Militaire Oorlog- en Dienstslachtoffers. En bovenal ook nog eens 10 jaar voorzitter van de redactie van het u bekende blad Houwe Zo! Alle genoemde functies heeft hij “pro deo” verricht.

Al met al zeer vele functies die bij andere niet onopgemerkt waren gebleven. In 1991 ontving hij voor zijn grote inzet de onderscheiding “Commandeur in de Orde van H. Paus Silvester”, een blijk van waardering waarop hij met recht trots is.

foto: Anton Kok gedecoreerd als Commandeur in de Orde van St. Silvester

Scherp van geest…
Terug naar zijn gezin. Geen van de kinderen is in de voetsporen getreden van vader. Een van de zoons is wel in overheidsdienst, hij is inspecteur van politie. Anton en zijn vrouw genieten van iedere dag, maar Anton moet wel vier maal in de week naar Utrecht voor nierdialyse. Op de vraag hoe hij dit ervaart, antwoordt hij dat hij dit ziet als een noodzakelijk gebeuren, maar dankbaar dat hij nog iedere dag mag genieten van het leven. Wat mij opviel was dat zowel Anton als zijn vrouw zeer scherp van geest zijn en alles zeer goed kunnen weergeven. Geweldig!

Twee en een half uur ben ik bij Anton Kok en zijn echtgenote geweest. Fijne mensen die terug kunnen kijken op een zeer bewogen leven, zowel binnen als buiten het Korps. Bij het naar buiten gaan zag ik dat het huis nog gedeeltelijk was ingericht met tastbare herinneringen uit Antons loopbaan, zoals wapenschildjes, zijn ponjaard en officierssabel. Ik had het kunnen weten.

Harry Pruijsten.