Een dag van te voren had ik de routevolgorde via Google maps uitgestippeld en zou ik de volgende dag 4 jaar COM lidmaatschapsspeldjes gaan brengen in o.a.  Rotterdam en Vlaardingen. Uiteraard moeten daar ook eerst telefonisch met de betrokken leden afspraken over worden gemaakt.

Bij 3 van vier was ik van harte welkom en zouden de betrokkenen thuis zijn en de 4e gaf aan dat ik het wel door de brievenbus kon gooien!!
Zodoende werd de vierde nr 1 op mijn lijst en onder luid QPO gejuich van de menigte werd de envelop in de brievenbus gedeponeerd!!

 

Bij twee andere leden werd ik met koffie onthaald en volgde er gezellige gesprekken, waarbij toch verschillende dingen naar voren kwamen. Ik kom daaraan het eind op terug.
De vierde had toevallig die dag biljarten in het buurtcentrum , maar had daarvoor ook verschillende familieleden en vrienden uitgenodigd om de uitreiking van de COM dasspeld bij te wonen. Of hij er trots op was??? Zie de foto’s!!

 

 

Resumerend, ook meegenomen de door mij vorig jaar uitgereikte dasspelden, kom ik tot enkele conclusies.
De meest verknochte en fanatieke COM leden blijken meestal milicien te zijn geweest  al dan niet met uitzending en eventueel  gevolgd met diensttijdverlenging, bijtekenen en of na beëindiging lid geworden van de Wapenbroeders.
De meeste van de door mij bezochte leden verschijnen nooit op een soos of wat nu heet COM café avond. Redenen: geen zin, lichamelijk niet in staat, locatie niet interessant, altijd hetzelfde etc etc.

Ze lezen allemaal trouw de Houwe Zo en beginnen dan meestal achterin het blad om te kijken wie er de afgelopen tijd overleden zijn!!
50% gebruikt geen computer en of tablet en hebben geen weet van de COM site op internet.!!!
Verschillenden zijn na mijn bezoek bereid om naar de bijeenkomsten te komen, maar hadden net dat kleine duwtje in de rug nodig.
Iedereen gaat wel altijd trouw naar de lustrum activiteiten.
De tientallen leden die de speld mochten ontvangen waren bijzonder blij met het bezoek en vooral blij met een luisterend oor.

 

Tekst en foto’s:
Adriaan van Westenbrugge