Kapitein ter Zee  Hofkamp beleeft laatste dagen als commandant van het transportschip

Zr.Ms. Rotterdam is na een oefening op de Noordzee teruggekeerd naar Den Helder, maar wel via Rotterdam mét een rasechte ‘Rotterdammert’ aan boord. Aan de Wilhelminakade trok het amfibisch transportschip zaterdag 20 maart 2021 veel bekijks. “Naar de Maasstad om een marineschip te bekijken. Het lijkt wel een uitje.”

‘Wat leg daar nou?’

De binnenkomst van de Rotterdam, met op de achtergrond de iconische Euromast.
‘Machtig mooi om marineschepen van dichtbij te zien, zeker met dit decor’

Mijn hart ging sneller kloppen”, reageert kwartiermeester korporaal Christiaan Vuik. Geboren en getogen Rotterdammer, vanwege z’n werk nu woonachtig in Den Helder. “Toen we vanaf de Maasvlakte richting het centrum voeren kwamen er allerlei herinneringen boven. Wat mis ik deze stad. M’n collega’s vroegen me ook van alles, ik was net een gids. Daar woont een bekende voetballer, daar staat de Euromast met het park en op die middelbare school zat ik.” 

 

 

 

 

 

‘Mot je lope te kijke’

Het amfibisch transportschip kon rekenen op flink wat belangstelling. Honderden mensen stonden op de kade bij Hotel New York. Ook op de Erasmusbrug en vanaf de balkonnetjes van omliggende appartementencomplexen tuurden velen geïnteresseerden naar het schip. “Mot je lope te kijke, wat leg daar nou?”, grapt een toevallige passant.

Evert Drent is een van die belangstellenden die al vroeg op de kade stonden. “We hoorden dat het schip hier aan zou komen. Daarom zijn we al vroeg vanuit Hoorn vertrokken”, vertelt hij. “Ik vind het prachtig om marineschepen van dichtbij te zien. Zeker met dit decor als achtergrond. We lopen zo ook even door de stad. Het is net een dagje uit.”

 


Aan belangstelling geen gebrek. Voor toevallige passanten en doelbewuste kijkers was de binnenkomst van het schip een aangename afleiding in coronatijd.

Mariniers afzetten

De commandant van Zr.Ms. Rotterdam koos ervoor om naar Rotterdam te varen. “Dit is mijn laatste week op zee als commandant van dit schip. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik het mooi vind om dat zo af te sluiten.”

Zr.Ms. Rotterdam deed Rotterdam aan om 75 mariniers van het 22e Raiding Squadron af te zetten. Die waren, net als twee Cougars, mee tijdens de oefening en moesten weer terug naar de Van Ghentkazerne. Natuurlijk konden ze ook gewoon mee naar Den Helder, maar dat wilde commandant kapitein-ter-zee Sebo Hofkamp niet. “De mariniers hebben een warme band met Rotterdam. Ik hoef niet uit te leggen waarom. Ze horen hier thuis.”

‘Join the Navy, see the world’ lijkt al bijna een kreet uit het verleden

 

Vreemde haven

Bovendien is de Rotterdam al bijna een jaar niet meer in een vreemde haven geweest. “Dat is wat navigatie betreft een uitdaging voor wachtofficieren op de brug. Dat hebben we dus weinig kunnen oefenen. Nog een reden om hierheen te gaan. Helaas konden we niet passagieren.”

En de eerlijkheid gebiedt Hofkamp te zeggen dat hij de aankomst in Rotterdam gewoon mooi vindt. “Dit is mijn laatste week op zee als commandant van dit schip, Rotterdam met de Rotterdam is een mooie afsluiter.”

De Rotterdam lag aan de Cruise Terminal op de Wilhelminapier.

Alleen bij uiterste noodzaak

Al wekenlang vaart de marine alleen uit bij uiterste noodzaak. De vloot moest aan de kant vanwege verschillende corona-uitbraken. Na een ‘standdown’ van een paar weken en het nemen van extra maatregelen, zijn maritieme trainingen voor een aantal schepen weer hervat. “Wij mogen alleen naar zee als daar echt een goede reden voor is”, begint Hofkamp. “Onze bemanning is momenteel operationeel inzetbaar, maar het gaat om een complex, bemand wapensysteem. Je moet blijven trainen om de inzetbaarheid te garanderen. Voor het zomerverlof gaan we nog een week of vijf naar zee en later dit jaar volgt de oefening Joint Warrior bij Engeland.”

Hoewel trainen op zee belangrijk is en het bezoek aan Rotterdam leuk, snakt de bemanning weer naar een echte missie en bezoeken aan buitenlandse havens. ‘Join the Navy, see the world’, lijkt al bijna een kreet uit het verleden.

 

Bron: Defensiekrant.
Tekst kapitein Jessica Bode
Foto 
Louis Meulstee